15 juli 2008
Juli 2008: Ontpolderen? Brussel biedt ruimte voor Zeeland.
"Het mag niet van Europa", "Dat moet nou eenmaal van Europa". Het zijn bekende formules van politici die een gemakkelijke uitweg zoeken om de verantwoordelijkheid voor moeilijke beslissingen naar Brusselî af te schuiven. In het geval van natuurherstel bij het uitdiepen van de Westerschelde wordt de verantwoordelijkheid voor het ontpolderen steevast door politici neergelegd bij de Europese Commissie in Brussel. Dat is onterecht. Brussel biedt meer ruimte dan ons steeds wordt voorgehouden. In Brussel zegt niemand welke polders in Zeeland ontpolderd moeten worden. De gebieden zoals die voor ontpoldering worden aangewezen, zijn keuzes van de provincie Zeeland en het ministerie van Landbouw in den Haag. Wanneer Middelburg en den Haag zich definitief hebben uitgesproken voor de natuurcompensatie of natuurherstel (ontpoldering) houdt de Europese Commissie de Nederlandse regering alleen aan de gemaakte afspraken.
De Europese regelgeving voor bescherming van de natuur (de vogel- en habitatrichtlijnen) zijn gebaseerd op eenvoudige uitgangspunten. De lidstaten moeten de leefgebieden van bedreigde trekvogels en andere dieren beschermen door speciale beschermingsgebieden aan te wijzen. Bij nieuwe activiteiten in deze gebieden moet nagegaan worden of er ernstige (significante) schade voor de natuur op zal treden. Zo ja, dan is het zaak naar alternatieven te kijken. Zijn die er niet, dan moet compensatie voor de getroffen soorten gezocht worden. In heel Europa zijn natuurgebieden aangewezen, de Natura 200 gebieden. In de Natura 2000 gebieden zal waar mogelijk natuur instant worden gehouden en waar mogelijk hersteld. Het Europese natuurbeleid staat voor een moderne vorm van natuurbescherming die volop ruimte laat voor afwegingen. In principe moet de compensatie of herstel van verlies van natuur plaats vinden in hetzelfde gebied. Is dat niet mogelijk, dan kan in een aangrenzend gebied compensatie geboden worden.

De Europese natuurbeschermingsrichtlijnen zijn belangrijk. We hebben voor de generaties die na ons komen, de verplichting de natuur in stand te houden. Wanneer de vogels uit het Noorden van Europa en Siberià naar het zuiden trekken en willen uitrusten in de Zuid Hollandse en Zeeuwse delta, moeten we er voor zorgen dat daartoe ook ruimte is en blijft. Het is echter niet zo, en dat is op onze vragen door de Europese Commissie bevestigd, dat Brussel dwingend op legt dat de natuurcompensatie voor de tweede verdieping van de Westerschelde ook aan de boorden van de Westerschelde moet plaats vinden. De Europese Commissie zegt niet meer en niet minder dan dat de natuurcompensatie moet plaatsvinden binnen het gebied van Natura 2000. Die gebieden zijn door de Nederlandse regering aangewezen en betreffen grof gezegd alle grote wateren in de Zuid Hollandse en Zeeuwse Delta en de Voordelta. In Zeeland wordt voor de (voormalige) zeearmen in de delta een gezamenlijk beheersplan ontwikkeld. Met andere woorden, het door Brussel bedoelde gebied waarbinnen gecompenseerd zou moeten worden, betreft wel degelijk het gehele deltagebied.

De bezwaren tegen het ontpolderen aan de oevers van de Westerschelde zijn groot; voor veel Zeeuwen is het onder water zetten van prachtige en eeuwenoude polders, met landbouwgronden en boerderijen, niet alleen onbegrijpelijk, maar zelfs onverdraaglijk. Op een van de protestborden was recentelijk te lezen: ìMoeten wij goede grond opgeven zodat de rijken hier kunnen zeilen? Dat nooitî Deze signalen zijn voor de Partij van de Arbeid van groot belang. Ingrijpende maatregelen als ontpolderen zouden een breed draagvlak onder de Zeeuwse bevolking moeten hebben. Dat hebben ze niet. In deze situatie geeft het geen pas om via een Europese achterdeur de ontpoldering als enig alternatief op te dringen.

Op aandringen van de provincie Zeeland heeft de Commissie Maljers alternatieven voor het ontpolderen onderzocht. Daarbij ging deze commissie, zonder navraag of onderzoek, uit van de gedachte dat natuurcompensatie alleen zou kunnen plaatsvinden aan de oevers van de Westerschelde. Alternatieven elders werden niet ontvankelijk verklaard.

Ten onrechte. Er zijn meerdere alternatieven voor het ontpolderen mogelijk. Een van de mogelijk nieuwe opties betreft het het Volkerrak- Zoommeer, in vogelvlucht slechts op enkele honderden meters van de Westerschelde en deel uitmakend van Natura 2000. Dat is een zoetwater meer wat in 1987 ontstond na de aanleg van de Philipsdam en Oesterdam. Het Zoommeer heeft nauwelijks enige natuurwaarde; het stilstaande water is hoegenaamd dood. In de zomer woekert de blauwalg en is het er verboden om te zwemmen.

De instandhoudingverplichting van het Zoommeer betekent dat het water ververst moet worden en de aanvoer van meststoffen moet worden verminderd. Anders gezegd, een zekere doorspoeling van het Volkerak-Zoommeer is noodzakelijk. Ook een verdergaande aanpak is technisch zeer wel mogelijk: het getij in het Volkerak- Zoommeer kan terug gebracht worden. Met een voldoende grote doorlaat wordt een getijverschil van een tot anderhalve meter mogelijk. Bovendien kan via het Spuikanaal de verbinding met de Westerschelde worden gelegd. In het Volkerak-Zoommeer kan aldus een gebied van 6450 hectare ìestuariene natuurî worden geschapen. Wanneer de wil daar is, kunnen er zelfs gemakkelijk gebieden aan de oevers van het Zoommeer worden toegevoegd. Op deze wijze is natuurcompensatie heel goed mogelijk.

De Europese regels over natuurbescherming bieden ruimte om op verschillende manieren tot herstel van natuurwaarden te komen. Voor de Partij van de Arbeid is draagvlak in de samenleving van groot belang. Dat betekent dat politici zich niet mogen verschuilen achter vermeende Brusselse dictaten, maar met de bevolking de discussie aangaan over de beste manier waarop het verlies aan natuurwaarden gecompenseerd kan worden. De Zeeuwse natuur is te belangrijk om over te laten aan onzichtbare en oncontroleerbare processen.

Dorette Corbey, lid van het Europees Parlement
Jan Schuurman Hess, PvdA lid te Kats
Juli 2008